Bitter Sweet Symphonie

 

Bomen gingen in een razend tempo aan mij voorbij, links, rechts. Het was koud en voelde ik hoe de wind langs mijn wangen gleed, heel koud. Af en toe een fietser die passeerde en getuige was van mijn enorme glimlach. En dat ik merkte dat het aanstekelijk werkte. Niemand die wist waarom. Mijn hoofd zat vol gedachten en vol van het leven. Van het ene in het andere uiterste. En voelde ik dat intense gevoel van geluk. En bedacht ik mij dat ik de afgelopen vierenhalf jaar met longkanker geen humaner bestaan had kunnen wensen in het ziek zijn. En flitsten de beelden door mijn hoofd van vierenhalfjaar met longkanker.

21 september kwam ik zijn kamer binnen, en aan zijn gezicht kon ik dit keer zien dat het niet goed was. Een emotie die hij eigenlijk in nu ruim vier jaar voor mij nooit openlijk heeft laten zien. Misschien was het wel de complete lichaamshouding en niet alleen zijn gezicht. Maar dat het niet goed was wist ik. Ik gaf hem een hand en ging zitten waar ik altijd zat als ik in die kamer was, op het hoekje. ‘Ik zie dingen die ik liever niet wil zien Anne Marie’, zei mijn arts. En de zin, ik maak mij zorgen kwam nog net zijn mond niet uit. Waarschijnlijk was het zelfs overbodig geweest. Gek genoeg durfde ik dit hem nu ook niet te vragen, zijn blik zij genoeg. Ik ging zitten en staarde naar het scherm. Grote witte massa bedekte mijn linkerlong, onderin een klein wolkje en naast de slokdarm links gerelateerd het zelfde beeld. Foute boel dacht ik. En ik keek naar links naar Rob en deed zoals ik vaker deed in dit soort situaties mijn rechterhand op zijn onderarm. Zijn gezicht staarde nog steeds naar het scherm. ‘Ik wist het zei ik, en keek mijn arts aan, ik wist het. Het is niet goed hé’, vroeg ik aan hem. Ik wist dat dit voor mijzelf een overbodige vraag was. Inmiddels had ik door ruim 4 jaar eigen CT’s bekijken zoveel ervaring opgedaan dat ik wist dat bepaalde plekken niet aanwezig hoorde te zijn op bepaalde plaatjes. Al maanden zat het niet lekker daarbinnen en konden ze de vinger er niet op leggen. De afgelopen petscans vertoonde geen activiteit, maar de massa die zich nu liet zijn was te dicht gaan zitten. De bloedvaatjes waren niet meer zichtbaar, iets wat niet hoorde bij het beeld van een ontsteking maar eerder bij het zien van tumor. Ik kan er niks meer van maken zei hij. En ik voelde de grond even volledig onder mijn voeten vandaan vallen. Ik wil een bronchoscopie bij je doen, zei hij. Het woord bronchoscopie bracht mij keihard terug in de werkelijkheid en ik voelde hoe de tranen opkwamen. Ineens leek de bronchoscopie zelfs even erger dan de vermeende uitzaaiing die te zien waren. In paniek keek ik naar mijn arts. Hoe kan hij mij dit aan doen. Je merkt er niets van beloofde mijn arts. ‘Jij doet de bronchoscopie toch zelf’, vroeg ik aan hem. Hij knikte bevestigend. En ik voelde hoe ik mijzelf begon te herpakken. ‘Wat zijn nu de vervolgstappen? Veel gaat afhangen van de uitslagen die de biopten gaan geven, antwoordde hij.

Ik wil je plannen op 26 september, hoe eerder hoe beter’. Nee hé, schoot het door mijn hoofd, 26 september de dag dat we naar het HOF gaan in verband met de strafzaak tegen de tabaksindustrie. Ik hield mijn mond. Ondanks dat ik zo graag naar het Hof wilde om persoonlijk te vertellen waarom ik wil dat de tabaksindustrie strafrechtelijk vervolgt zou moeten gaan worden, wist ik wel dat mijn eigen gezondheid voorop stond in deze. En net als mijn eigen kinderen dikwijls deden bij spannende momenten die komen gingen zat ik in mijn hoofd te tellen hoeveel nachten ik nog slapen moest voor iets waar ik immens tegen opzag. Er ging veel veranderen, wist ik nu. Mijn immunotherapie was van de baan en zou ik net als 2 jaar geleden een periode zonder antikankermedicatie naar huis gaan. Een gedachte die nooit went.

De afgelopen anderhalve maand was het afzien, de linkerlong bleek als reactie op de immunotherapie geïnfecteerd te zijn. Er werd dagelijks 120 mg prednison per dag ingezet zonder voorlopige afbouw in het vooruitzicht. Uiteindelijk duurde deze periode van 120 mg per dag afzien tweeënhalve week. Om op dag 15 over te stappen na 60 mg per dag was een verademing. En ondanks dat je weet waar je het voor doet blijft het moeilijk. En kan ik ook deze pillen op het lijstje zetten waar ik een haat liefde verhouding mee heb. Ze maken me beter en ziek tegelijk. De eerste 4 dagen heb ik met de Prednisilon in een ware hel geleefd. Het gevoel dat je ontwaakt vanuit een narcose, het gevoel dat je deel neemt aan de wereld en toch ook weer niet. Alles was wollig in de meest akelige zin van het woord dit keer. Zo stond ik in de keuken bij het raam en keek naar buiten. Ik keek naar de bomen die achter ons huis stonden, en zag ik hoe door de wind de takken zachtjes op en neer bewogen. Een schouwspel waar ik intens van kan genieten. Takken die omhoog en omlaag gaan, terwijl de blaadjes af en toe naar beneden vallen. Dit was de herfst. Het jaargetij waar ik zo van hield, het seizoen waarin ik ter wereld was gekomen. Ik was ter wereld gekomen in een maand die per dag om haar heen van kleur kon veranderen. Van dieprood tot okergeel om uiteindelijk geen enkele kleur meer te bespeuren. Maar nu leek het wel alsof alles bedekt was met een grauwe sluier en moest ik mij constant inprenten dat het de Prednisilon was die mij voor de gek hield. Dit waren niet mijn eigen gedachte maar waren het de chemische stoffen in de pillen die ervoor zorgden dat dit gevoel mij overkwam. Ik haatte het. Het is een rare gewaarwording te ervaren dat als je van nature niet depressief bent aangelegd dit gevoel wel de overhand kan nemen over je positieve gedachte. Het keer op keer mij jezelf voor houden dat ik dit niet zelf was werd een uitputtend proces. En wilde ik mij het liefst verstoppen in mijn cocon om pas uit te vliegen als de lente haar intrede zou doen. Maar wist ik tegelijkertijd ook dat dit het alleen maar erger zou maken. Zo dwong ik mijzelf ertoe om tegelijk op te staan met de kinderen, het ontbijt klaar te maken en te helpen waar ik kon. Hoe graag ik mijn kinderen ook zou willen beschermen voor een mama die eigenlijk opdat moment niet de mama is die ik in mijn hoofd voor mij zie. Ben ik dat voor hun wel gewoon mama. Zij zien mama, die ook geen toneel stukje hoeft te spelen. Want kinderen hebben de gave daardoor heen te prikken. En eigenlijk is dat een heerlijke gedachte. En merk ik dat zij, ondanks mijn ‘zieke voorkomen’ mij om zich hen willen hebben. Als ze vanuit school thuis kwamen zagen ze mij het liefst met een dekentje op de bank. En dat was wat ik deed. Ik merk door hierin juist naar ze te luisteren dit de situatie voor hen ook dragelijker maakt. Gelukkig heb ik die keuze nog steeds tot op de van vandaag. Na vier dagen werd het rustig in mijn hoofd, mijn lijf had de chemie van de Prednisilon geaccepteerd, rust.

Het was een enorme bevrijding dat mijn lichaam de Prednisilon nu kon verdragen. De rust die ik voelde was heerlijk. Ik wist dat er dingen zouden gaan veranderen maar wist ik ook dat ik wederom een onzekere tijd tegemoet zou gaan. De afgelopen maanden van onrust wilde ik absoluut niet weer laten terug keren in mijn gedachten of in mijn leven. Maar merkte ik tegelijkertijd dat ik er niet aan ontkwam. De gedachte sluipt heel gemeen via een achterdeurtje binnen. En lijkt het wel alsof het overal een sleuteltje van heeft om binnen te komen. Misschien is de gedachte nog wel erger dan dat duveltje in dat doosje. Zo was die bewuste gedachte in staat om het gevoel van angst bij mij op te wekken. Ik voelde mij kwetsbaar zonder antikankermedicatie, ondanks dat ik wist dat ik terug zou gaan naar mijn eerst gebruikte medicatie van 4 jaar geleden. Maar juist medicatie, zelfs als deze niet meer werkt, geeft je het gevoel van houvast. Het geeft je het gevoel nog enigszins controle te hebben over de situatie. Juist de angst om mijn kinderen om die zonder moeder achter te laten begon weer de overhand te nemen. Mijn dagelijkse ritje naar de winkel eindigde standaard huilend op de weg terug naar huis. Het echte huilen dat zo diep zit dat je ondanks je het echt zou willen het je niet lukt het tegen te houden. Dat je tien keer slikt, die brok voelt, je keel zeer gaat doen en dat spontaan de tranen komen, soms zelfs bijna schokkend. Het was alsof de gedachte weer een sleutel aan die dikke bos had gevonden om weer een deurtje te kunnen openen. Waarom? Wat was het nut van die gedachte omdat te doen? Was het omdat ik mijn eigen angsten onder ogen moest zien te komen. Dat 3 van mijn kinderen wellicht zonder mij moesten opgroeien nog voordat ze volwassen waren, laat staan tiener. Dat ondanks mijn oudste, als jong volwassenen, zonder zijn moeder verder zou moeten. Terwijl ik wist dat hij zich nu ook zonder mij kon redden. Maar ondanks het alles in mijn hoofd weer te relativeren bedacht ik wel dat ik deze gedachte van angst nu wel vaak genoeg was aangegaan. Hoeveel deurtjes moesten er nog opengemaakt worden om definitief de laatste te sluiten. Was het nu niet eindelijk eens tijd dat we dit konden afhandelen mijn gedachte en ik. Dat we maar eens na vierenhalf jaar afscheid van elkaar moesten nemen om definitief de deur te sluiten. En vlak voordat ik thuis zou zijn moest ik echt een paar keer heel diep ademen om weer tot mijzelf te komen. Op een enkele keer na lukte mij dit. Soms heel soms bleef ik bij het aanrecht staan, met mijn gezicht richting de keukenmuur gericht terwijl ik mijn kinderen vanuit de woonkamer hoorde praten of lachen. Maar wist ik ook dat ik helaas die bos sleutels nooit kon laten verdwijnen, zelfs niet als ik ze heel ver weg zou gooien. Maar zo wist ik, het zou goed komen.

Ik voel me goed, beter dan ooit en zelfs misschien nu wel te intens gelukkig. Een constante glimlach, die voor alles bedoeld kan zijn. Waarvan ik alleen weet dat het de glimlach is voor mijn wedergeboorte in het leven van mijn second life. Een glimlach om te delen. Mijn second life is verlengd. Verlengd om te leven.

12 november kwam ik zijn kamer binnen, ik gaf hem een hand en ging zitten waar ik altijd zat als ik in die kamer was, op het hoekje. Hij keek me aan en lachte, ik ook. Ze werken Anne Marie, je pillen slaan aan.

Please follow and like us:

4 gedachten over “Bitter Sweet Symphonie

  1. Helemaal geweldig AnneMarie, wat kun je trouwens goed schrijven zeg, ik heb alles in een adem gelezen… ben sinds kort lid geworden, wat een ellende he die stomme sigaretten, ik ga van de week weer (zucht) stoppen, het moett en ik wil het, het is puur vergif 1 dank je voor allesss wat je doet en gedaan hebt middels alle publicaties rondom de tabaksindustrie. Je bent een geweldig mens !!! xxx

    1. Beste Marion,
      Allereerst wat fijn om te lezen dat je mijn blog volgt. Het blijft altijd bijzonder dat mensen geïnteresseerd zijn in jou ervaringen in het leven. Ik wil je ontzettend bedanken voor je compliment over mijn schrijfstijl. Je hoopt natuurlijk dat anderen er eventueel wat aan kunnen hebben en als ik dan mag lezen dat iemand het goed vind is dat een enorm compliment, dankjewel daarvoor. En wat ben ik blij met je positieve reactie mbt de eventuele strafzaak tegen de tabaks Het is en blijft een heel gevoelig onderwerp. Maar blijf ik zeggen dat ik geloof in een uiteindelijke overwinning! Ik ga jou heel veel succes wensen met je stop poging. Als geen ander weet ik hoe het moeilijk het is om te stoppen. Ik ben nu bijna 5 jaar rookvrij en dat gun ik jou ook enorm en velen met jou! Kan je het niet alleen vraag dan ondersteuning. Heel erg bedankt voor je mooie reactie en nogmaals succes.
      Hartelijke groet,
      Anne Marie ❤️

    1. He Ingrid, ben ook weer erg dankbaar. Het blijft elke keer weer bijzonder te horen dat alles weg gaat en ongelofelijk rot als het weer terug is. En dat is nog zachtjes uitgedrukt! Het went nooit. Hoop dat het met jou gaat op het moment.

      Veel liefs,
      Anne Marie ❤️

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *